Print deze pagina

Hoofdorgel 1940 tot 1974

Beknopte geschiedenis van 1940 tot 1974

Het is niet helemaal duidelijk wat de overwegingen waren in 1940 om het waardevolle 18e eeuwse binnenwerk van het orgel te slopen en te vervangen door een nieuw instrument van de firma Spanjaard. Wellicht waren het overwegingen van "meedoen met de moderne orgelbouw" of het aanpassen aan de toen geldende smaak.

Het orgel is "vakkundig" gesloopt. Mechanieken en klavieren zijn verdwenen. Verreweg het grootste deel van het pijpwerk verdween.

Feit is dat van het oude instrument nagenoeg niets meer over is. Enkele pijpen en het grootste deel van de houten bekers van de oude Bazuin mochten blijven.

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe orgel werd "modern", met 3 klavieren en vrij pedaal een groot aantal speelhulpen, en vooral een moderne elektrische speeltafel. Het pijpwerk werd zoals in die tijd meer gebeurde, vooral van zink gemaakt.

In 1940 waren de "klankrecensenten" lyrisch over de technische snufjes, de klank en het vernieuwde uiterlijk. Het werd een instrument met 3 manualen en vrij pedaal. De oude hoofwerkkas werd verdiept door zijwanden te verlengen en de achterwand te verplaatsen (zichtbaar op foto)

De kas werd bij de gelegenheid ontdaan van de witte verflaag, waarmee ook de oude oorspronkelijke originele kleuren verloren gingen.

Hoofdwerk
 
Rugwerk
 
Zwelwerk
 
Pedaal
 
Quintadena
16’
Vioolprestant
8’
Roerfluit
8’
Subbas
16’
Prestant
8’
Prestant
4’
Viola di Gamba
8’
Octaafbas
8’
Holpijp
8’
Quint
2 2/3’
Vox Celeste
8’
Gedekt
8’
Octaaf
4’
Nachthoorn
2’
Fluit
4’
Koraalbas
4’
Quint
2 2/3’
Terts
1 3/5’
Nasard
2 2/3’
Bazuin
16’
Octaaf
2’
Dulciana
8’
Woudfluit
2’
 
 
Cornet
5 st
 
 
Vox Humana
8’
 
 
Mixtuur
3 – 5 st
 
 
 
 
6 koppels
 
Trompet
8’
 
 
 
 
1 octaafkoppel
 
 
 
 
 
 
Tremulant
 
 
 
 
 
 
 
div. speelhulpen

Op 6 november 1940 werd het orgel overgedragen aan de kerkvoogdij, en op 9 november gaf de toenmalige organist, Sjoerd Mook zijn eerste concert. 

Echter, zoals dat bij veel orgels uit deze periode is gegaan gebeurde ook in Aalten. Reeds in 1959, 19 jaar na oplevering, was het instrument onbespeelbaar en moesten er vrij ingrijpende herstellingen plaatsvinden. De speeltafel moest zelfs in zijn geheel worden vernieuwd.

Tot de kerkrestauratie van 1973 / 1974 bleef het dienst doen, zij het met veel problemen. In 1970 begon men reeds te denken aan een nieuw instrument. Na de kerkrestauratie in 1974 werd het orgel dan ook niet weer opgebouwd.

Op 8 april werd het nieuwe Blank-orgel overgedragen aan de kerkvoogdij en in gebruik genomen met een concert door Willem Retze Talsma.

  bron: Privé archief drs J.F. van Os, Aalten

terug naar Orgels 

 

 


Vorige pagina: Hoofdorgel voor 1940
Volgende pagina: Tijdelijk orgel