Print deze pagina

Zuiderkerk

Zuiderkerk;

Informatie over deze kerk www.kerkvenster.nl
Vervolgens doorklikken op Gebouwen en Zuiderkerk
 
 

Het orgel in de Gereformeerde Zuiderkerk te Aalten

Eind 1962 kreeg de firma Ahrend und Brunzema te Loga bij Leer opdracht tot de bouw van het orgel in de Zuiderkerk te Aalten. Dit geschiedde na lange voorbereidingen door de plaatselijke orgelcommissie en haar adviseur, Cor Edskes, die toen nog geen rijksadviseur was, Het orgel werd in januari 1968 opgeleverd,  zie fotoimpressie zodat de levertijd van vijf jaar met slechts enkele dagen werd overschreden. Tijdens de bouw der kerk in de tussenliggende jaren kwam vast te staan, dat de voorzieningen in het gebouw, op advies van het akoestisch bureau Peutz te Nijmegen getroffen, wat het orgel betreft, een negatieve uitwerking zouden hebben. Het gevolg was, dat het project aanzienlijk gewijzigd moest worden. Aanvankelijk zouden hoofdwerk en pedaal op één lade samengebouwd worden met een transmissie voor de Prestant 8'. Metingen onder leiding van de orgelmaker G. Brunzema in het kerkgebouw verricht, brachten aan het licht, dat realisering van het oorspronkelijke plan ernstige problemen op het gebied van de mensurering met zich mee zou brengen. Daarom besloot men een geheel zelfstandig pedaal te, maken in één enkele pedaaltoren naast het hoofdorgel. Gezien de plaatsing in deze kerk, naast de kansel, kozen de orgelmakers voor een geheel asymmetrisch instrument, echter met behoud van de beproefde tertsenopstelling. Deze bouwwijze, waarbij in,de discant de pijpen van aangrenzende cancellen

een grote terts verschillen, heeft grote betekenis bij toepassing van een gemodificeerde middentoonstemming. O.m. Arp Schnitger paste dan ook altijd in Nederland deze tertsenopstelling toe, zij het symmetrisch. Of dit ook nog betekenis heeft bij de (met toongenerator) strak doorgevoerde evenredig zwevende stemming van het orgel in Aalten, lijkt discutabel.

 

Het orgel, zoals het tenslotte werd opgeleverd, steekt naar onze mening ver uit boven het gemiddelde, dat in die dagen in Nederland werd gemaakt, doch het was wel iets geheel anders dan b.v. het door A. en B. veel vroeger gemaakte "antiek" klinkende positiefje in de Hervormde kerk te Rutten (N.O.P.). Ook de plaatselijke orgelcommissie viel een klankverandering in meer moderne richting op in vergelijking met tevoren bezochte orgels te Scheveningen (Zorgvlietkerk, 1959), Groningen-Helpman (vrijgem. Geref. Kerk, 1960) en Aurich (Lambertuskirche, 1961). Vergeleken echter met vele andere orgels van rond 1965 is de klankopbouw zeer harmonisch en evenwichtig. Een uitzondering daarop vormt misschien het plenum van het rugpositief als gevolg van de hoge samenstelling der Scherp en het ontbreken van Octaaf 2'. De Kromhoorn is fraai, doch wel erg grondtoonarm. Bijzonder mooi zijn de fluiten, de Pedaaltrompet en b.v. de Prestant 4' van het rugpositief- Na een reeks van A. en B. orgels met zeer lage winddruk in kamermuziekstijl gemaakt (Bremen Oberneuland en Castrop Rauxel) was dit weer een instrument met redelijk krachtige kernachtige orgelklank, iets dat trouwens in deze kerk een eerste vereiste was. De bemoeienissen van de adviseur Cor Edskes mogen in dit verband niet onvermeld blijven. (Het orgel in Oberneuland is onlangs (in 1974) door Ahrend veel sterker geïntoneerd en in een temperatuur naar Werckmeister omgestemd)

 


Dispositie en technische gegevens orgel Gereformeerde Zuiderkerk te Aalten:

 

Hoofdwerk C - f'''                                          Rugpositief C-f'''

Praestant 8'(C-E gecomb, met Holpijp)           Praestant 4'

Holpijp 8'(discant met roeren)                         Holpijp 8' (C-Fis eiken)

Octaaf 4'                                                        Roerfluit 4' (C-H normaal gedekt)

Octaaf 2'                                                        Spitsfluit 2' (C-c Spitsgedekt)

Mixtuur                                                          Scherp

Trompet 8'                                                     Kromhoorn 8' (bekers: conisch stuk op

                                                                                                           korte trechter

Pedaal C-f'

Bourdon 16'(eiken)                                         Drie gebruikelijke koppels

Octaaf 8'                                                        Tremulant (voor hele werk)

Octaaf 4'                                                        Man. omvang C-f''', ped. omvang C-f'

Trompet 8'

Samenstelling vulstemmen:

 

Mixtuur:      C       1           2/3            1/2           1/3               Scherp:      C        1/3             1/4

                  c       11/3         1          2/3           1/2                                G        1/2             1/3

                  g        2          11/3         1          2/3                                c         2/3             1/2

                  g'      22/3         2         11/3        1                                 g          1           2/3           1/2

                  c''       4          22/3         2         11/3                               g'       11/3         1         2/3

                  c"'      4          22/3       22/3        2                                 c''        2          11/3        1

                                                                                                     g"       22/3         2        11/3

                                                                                                     c'',       4          22/3        2

 

Pijpwerk: Enkele pijpen, bovenvermeld, van eikenhout, overige labiaalpijpen van metaal, hiervan alleen de frontpijpen gehamerd. Gedekten dichtgesoldeerd. Alle tongwerken in mahonie tongenblokken, mahonie koppen, manuaaltongwerken geheel onbeleerd en in de bas met ebbenhouten kelen, pedaaltrompet normaal (groot octaaf beleerd).

 

Kassen:                   Blank eiken.

Tractuur                  modern, zwevend, balansklavieren, modern pedaalklavier. Verticale ventielen voor het rugwerk

 

Windvoorziening    Merkwaardige hoge smalle balgenkast, waarin een soort luchtkussen is verwerkt. "Neueste Erfindung aus Leer" heette dat destijds. Kennelijk is men toch spoedig hier weer af gestapt. Korte tijd later hebben A. en B. in het orgel in de Evangelisch Reformierte Kirche in Hamburg - Altona, dat wel enige punten van overeenkomst met het Aaltense instrument vertoont, weer een andere oplossing beproefd voor het probleem, met moderne middelen een niet al te strakke windvoorziening te maken, Overigens op zeer goede wijze. In Aalten moesten a1snog kleine regulateurs in de nabijheid van de hoofdwerklade ingebouwd worden.

 

Aan deze gegevens uit 1974 kan het volgende worden toegevoegd.

Enige jaren geleden zijn de akoestische omstandigheden in de Zuiderkerk veranderd. De door Peutz voorgestelde voorzieningen aan de achterwand van het gebouw maakten plaats voor een grote wandbeschildering in moderne zin. Toen het gebouw daardoor moeilijk te “bespreken”was, heeft men over de gehele kerkbodem een kleed gelegd. Alles overziend is de situatie wat het orgel betreft er niet slechter op geworden.

Het hierboven genoemde instrument, dat Ahrend und Brunzema maakten voor de Hervormde Kerk te Rutten is aldaar niet meer aanwezig.

  

 

 

De tekst is ontleend aan "Het Orgel" jaargang 20 (No 10 oktober 1974) pag 329 - 331
 

Drs. J. F. van Os

terug naar Orgels 


Vorige pagina: FotoGallerij restauratie
Volgende pagina: Foto impressie opbouw